Categorieën

Piet Bos verhalen: Deel 3

Tachtig jaar geleden stichtte Piet Bos op de Holterberg zijn Natuur Historisch Museum. In een serie van acht afleveringen vertelt beheerder Anton van Beek voor Holtenextra het verhaal van het museum. Deze week het derde deel.

Het succes van het museum
Piet Bos heeft zijn tijd meegehad. Nederland was welvarender geworden. Meer vrije tijd betekende meer toerisme. En die toeristen kwamen ook naar de Holterberg, niet in de laatste plaats dankzij het museum. Het succes en de kracht van het museum zijn de natuurdiorama’s; levensgrote “kijkdozen”. Verbaasd staan bezoekers oog in oog met dieren in de natuur. Het idee van een diorama kwam overgewaaid uit Amerika, waar toonaangevende musea diorama’s maakten. Een andere belangrijke inspiratiebron voor Bos was Panorama Mesdag, het grote ronde schilderij in Den Haag. In de eerste vier diorama’s speelde de Holterberg een belangrijke rol. Reewild in zomerkleed, fazanten, konijnen, roofvogels en korhoenders, die toen als een plaag werden gezien met op hun hoofd een premie, vormden de natuurtaferelen.

Artis
Het eerste grote natuurdiorama van ons land staat echter niet op de Holterberg maar achterin het Aquariumgebouw van Artis, waar het nog steeds te bewonderen is. In 1926 werd het geopend en kreeg, nadat de koninklijke familie er in datzelfde jaar was geweest, een enorme toeloop. Het succes en geheim van Bos’ diorama’s zijn behalve het tafereel en schildering de belichting. Er is zowel opvallend als door vallend licht. Dit effect maakt het zo natuurlijk dat bezoekers zich ín het diorama wanen. Bij het Holterbergdiorama uit 1955 werd Philips uit Eindhoven ingeschakeld om de belichting te  perfectioneren.

Dieren van dichtbij
Piet Bos kende een grote verwevenheid met de natuur van de Holterberg en met alles wat zich daarin afspeelde. Tot in detail bestudeerde hij de dieren en wist ze dichter te benaderen dan iemand anders. Die opmerkingsgave was terug te vinden in zijn diorama’s. Hij wist de bezoeker het idee te geven vanuit een observatiehut de natuur te bekijken en te observeren alsof je in de “echte” natuur bent.

Het jaar 1958
In 1957 was het naastgelegen restaurant het Lösse Hoes volledig afgebrand. Het museum ontsprong de dans. Een jaar later was het restaurant herbouwd, groter en mooier. Ook Piet Bos had niet stil gezeten. De hele winter en voorjaar was het museum verscholen geweest achter een schutting. De derde uitbreiding in twintig jaar was een feit. In de nieuwe vleugel was een bijzonder diorama verschenen: “een tafereel van exotische schoonheid”. Piet had contact met dierentuinen en wanneer daar een tropische vogel overleed was die voor zijn museum. En zo ontstond een zeer kleurrijk diorama. Herman Berends schilderde weer de achtergrond. Eigenlijk een onmogelijke voorstelling vond Piet, want vogels uit Australië, Afrika en Zuid-Amerika zaten gebroederlijk samen op één tak. Er waren apen te zien, flamingo’s, kraanvogels en zelfs twee tijgers.

Tumult
De opening van het nieuwe tropische diorama was in augustus. Maar een paar maanden eerder werd Bos ontboden op het gemeentehuis bij burgemester Enkelaar. Voor een mededeling. Die had gezien dat het goed ging op de Holterberg. Vreemd vond hij het dat in Holten de kleinste toneelvereniging vermakelijkheidsbelasting moest betalen en zijn Natuurhistorische Museum daarvan was vrijgesteld. Daar moest verandering in komen. In een tumultueuze Raadsvergadering in juni van dat jaar vlogen de raadsleden elkaar in de haren. Er waren voor, maar ook tegenstanders, van het opleggen van de belasting. Creatieve oplossingen kwamen op tafel maar uiteindelijk werd toch besloten dat het museum “10 % van de onzuivere opbrengst” moest afdragen. Zijn laatste geld had Bos in de uitbreiding gestoken en nu dit! Het verhaal gaat dat bij de opening van nieuwe diorama iedereen was uitgenodigd, behalve de burgemeester. Met die gemeente zijn de verhoudingen wel weer goed gekomen en de vermakelijkheidsbelasting werd in 1971, toen het museum een stichting werd, afgeschaft.

Piets laatste werkstuk
In 1962 volgde alweer een uitbreiding, een groot Veluwe diorama met Edelherten en Wilde zwijnen. Het was zijn Piets laatste werkstuk. Op 18 april 1963 overleed de natuurkenner en oprichter van het museum, dat hij vijfentwintig jaar daarvoor had gesticht. Zoon Kees zette het levenswerk van zijn vader voort en daarmee brak een nieuw tijdperk aan voor het museum op de Holterberg.