Categorieën

Zes Kastanjes

In Holten staan een aantal monumentale bomen. Allemaal op een bijzondere plek en allemaal met een bijzonder verhaal. In een vijftal afleveringen vertelt Anton van Beek voor Holten Extra hun geschiedenis.

Ooit waren ze met z’n zessen, de kastanjes op het plein naast de Dorpskerk. Nu staan er nog drie. Samen vormden ze met hun overhangende takken een dak boven het plein. Over dat plein aan de Kerkstraat straks meer. Over een paar dagen is het honderdnegentig jaar geleden dat zich in Holten een ramp voltrok. Op die zestiende juni 1829 woedde in Holten een grote brand. Van een omvang die nu voor extra uitzendingen van het nieuws zou zorgen. Bijna het hele dorp, meer dan vijftig huizen en schuren, ging in vlammen op.

Behalve het stenen deel van de toren overleefde ook de kerk de helse vuurzee niet. Op de plek waar nu de kastanjes staan, stond een school die eveneens in de as werd gelegd. Hulp en giften kwamen uit het hele land, armoede heerste. Met een vorstelijke financiële bijdrage van Koning Willem I werd in 1832 de kerk en ook de school herbouwd. Het gehele onderwijs in ons land was in die tijd in handen van de kerk. Later veranderde dat. In 1874 werd aan de Dorpsstraat, waar nu ongeveer de rotonde is, de eerste openbare Dorpsschool gebouwd. De school bij de kerk werd afgebroken. Er kwam een plein. De bomen dateren uit die tijd. Paardenkastanjes, zoals ze officieel heten, hebben een grote sierwaarde en werden om die reden geplant.

De grote bladeren vormen samen een hand. Als witte kaarsen zetten zijn bloemen in mei de boom in volle pracht. Dat past dan wel weer mooi bij de kerk. Er bestaan ook rood bloeiende kastanjes, maar dat zijn geen echte. Het zijn bastaards, kruisingen tussen onze witte en een Amerikaanse kastanje soort. Holten stond bekend om zijn varkenshandel. Begin vorige eeuw werd op het pleintje onder de kastanjes om de veertien dagen een biggenmarkt gehouden. Dat stelde wel iets voor. Op een goede marktdag werden er wel negenhonderd biggen verhandeld. Het werd zo groot dat verhuisd werd naar Kalfstermansweide. Midden jaren vijftig, met de komst van de grote markten in Zwolle en Doetinchem, kwam daar een eind aan. Schapenmarkten waren er ook op het plein onder het bladerdak en er werden eieren en pluimvee verhandeld. De tijd maakte daar een eind aan. En wat moet je dan met zo’n plein?

De braderie, Holtens grote kermis, maakte er later gebruik van. De jeugd uit de buurt gebruikte het als voetbalveld. Soms sneuvelde daarbij een raam van de kerk, vertelde een buurman. De kastanjes waren toen al oud. Nu is het een parkeerplaats. Aan de straatkant bleken een paar bomen hol en in gevaarlijk slechte staat. Met beton werd een reddingsoperatie uitgevoerd. Het mocht niet baten. Drie van het zestal gingen tegen de vlakte. Hoelang het overgebleven monumentale drietal nog kan blijven staan is een vraag.

Het hele kastanje bestand in ons land is door een bacterie aangetast. In het ergste stadium bloeden de bomen, en zijn ze niet meer te redden en sterven. Ook onze oude en daardoor kwetsbare kastanjes zijn al aangetast. Kastanjes produceren vruchten die iedereen wel kent. Speelgoed, uitgehold worden de glanzend bruine kastanjes bootjes en met prikkers een spinnenweb, een griezelig dier of een leuk poppetje. Wat allang verdwenen is onder de bomen is een klein openbaar stenen gebouwtje, dat je al op tien meter afstand kon ruiken. Het onfrisse pishok dat er stond heeft de monumentenlijst in Holten niet gehaald. En dat is misschien maar beter zo. Boven in de overgebleven drie kastanjes zijn kabels aangebracht om de brede kroon te ondersteunen en vallende takken te voorkomen. Nog een eeuw zal hen niet gegeven zijn.

 

Vijf verhalen. Met dank aan de medewerking van de eigenaren van de bomen en het archief van Oudheidkamer Hoolt’n.

Anton van Beek